De maximale zorgtoeslag gaat in 2027 van 1.550 naar 1.680 euro per jaar voor een eenpersoonshuishouden. Dat is 140 euro per maand, 10,83 euro meer dan nu. Een meerpersoonshuishouden gaat van 2.963 naar 3.223 euro per jaar, oftewel 268,58 euro per maand. De bedragen zijn ramingen uit de VWS-begroting die op Prinsjesdag is gepubliceerd.
Daar staan twee dingen tegenover. De standaardpremie, het rekenbedrag waarop de toeslag is gebaseerd, stijgt harder dan de toeslag zelf. En het kabinet wil de vermogensgrens met 29.908 euro verlagen. Naar schatting 50.000 huishoudens verliezen daardoor hun zorgtoeslag of kindgebonden budget, zonder dat hun inkomen verandert.
In het kort:
- De maximale zorgtoeslag wordt in 2027 1.680 euro per jaar voor een eenpersoonshuishouden (140 euro per maand) en 3.223 euro voor een meerpersoonshuishouden (268,58 euro per maand).
- Dat is 130 euro per jaar meer voor een alleenstaande en 260 euro meer voor een paar.
- De standaardpremie stijgt harder: van 2.119 naar 2.277 euro. Wie de maximale toeslag krijgt, betaalt per saldo 28 euro per jaar meer zelf.
- Een wetsvoorstel verlaagt de vermogensgrens per 1 januari 2027 met 29.908 euro. Ongeveer 50.000 huishoudens raken daardoor hun zorgtoeslag of kindgebonden budget kwijt.
- Dat voorstel is nog geen wet. In de Wet op de zorgtoeslag staan voor 2027 nog altijd de grenzen van dit jaar.
- De premie- en toeslagbedragen zijn ramingen. De NZa stelt de standaardpremie in november definitief vast. Wat jij zelf gaat betalen, hoor je in november van je eigen zorgverzekeraar: een premiewijziging mag pas zeven weken na de aankondiging ingaan.
Wat de begroting raamt voor 2027: 140 euro per maand voor een alleenstaande
De zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid in de kosten van je zorgverzekering, bedoeld voor huishoudens met een lager inkomen. Hoeveel je krijgt, hangt af van je inkomen: wie het minst verdient, krijgt het maximum, en hoe meer je verdient, hoe lager de toeslag. De bedragen hieronder zijn dus de maxima uit de begroting, in euro, niet wat iedereen krijgt:
| Maximale zorgtoeslag | 2026 | 2027 (raming) | verschil |
|---|---|---|---|
| Eenpersoonshuishouden, per jaar | 1.550 | 1.680 | +130 |
| Eenpersoonshuishouden, per maand | 129,17 | 140,00 | +10,83 |
| Meerpersoonshuishouden, per jaar | 2.963 | 3.223 | +260 |
| Meerpersoonshuishouden, per maand | 246,92 | 268,58 | +21,67 |
In 2026 ging de zorgtoeslag juist omlaag. Een alleenstaande kreeg in 2025 nog 1.573 euro en dit jaar 1.550 euro, 23 euro minder. De stijging van 2027 maakt die daling meer dan goed.
Waarom de zorgtoeslag omhooggaat: de standaardpremie stijgt 158 euro
De zorgtoeslag hangt aan de standaardpremie. Dat is niet de premie die jij aan je verzekeraar betaalt, maar een rekenbedrag. Het bestaat uit twee delen: de gemiddelde nominale premie van alle zorgverzekeraars, plus het gemiddelde bedrag dat een verzekerde per jaar aan eigen risico kwijt is. Dat laatste is een gemiddelde, geen maximum: niet iedereen maakt het eigen risico vol, dus er telt minder mee dan de volle 400 euro.
Beide delen gaan volgens de begroting omhoog. De gemiddelde nominale premie stijgt van 1.879 naar 2.029 euro per jaar, 150 euro meer. Het verplicht eigen risico gaat van 385 naar 400 euro, omdat het wordt geïndexeerd. Samen tillen ze de standaardpremie van 2.119 naar 2.277 euro, een stijging van 158 euro.
Stijgt de standaardpremie, dan stijgt de zorgtoeslag mee. Maar niet één op één, en dat is het volgende punt.
Waarom je met de maximale toeslag toch 28 euro meer zelf betaalt
De zorgtoeslag dekt nooit de hele standaardpremie. De wet gaat ervan uit dat je een deel zelf betaalt. Dat deel heet de normpremie: een percentage van het minimumloon, plus een percentage van wat je daarboven verdient. De zorgtoeslag is wat overblijft: de standaardpremie min de normpremie.
De normpremie hangt aan het minimumloon en beweegt dus van jaar tot jaar mee. Wat de begroting laat zien is het resultaat: het eigen deel valt in 2027 hoger uit. Voor een alleenstaande met de maximale zorgtoeslag ziet de rekensom er zo uit, in euro per jaar:
| Alleenstaande met maximale toeslag | 2026 | 2027 (raming) | verschil |
|---|---|---|---|
| Standaardpremie | 2.119 | 2.277 | +158 |
| Maximale zorgtoeslag | 1.550 | 1.680 | +130 |
| Eigen deel (normpremie) | 569 | 597 | +28 |
Die 28 euro extra betaal je zelf. Let wel: dit geldt alleen voor huishoudens die de máximale zorgtoeslag ontvangen, dus met de laagste inkomens. Verdien je meer, dan is je toeslag lager en pakt de rekensom anders uit.
Wetsvoorstel: vermogensgrens 29.908 euro omlaag
Ingrijpender dan die 28 euro is een maatregel die losstaat van je inkomen. Voor de zorgtoeslag geldt een vermogensgrens. Staat er op 1 januari meer op je spaar- en beleggingsrekeningen dan die grens, dan krijg je dat hele jaar geen zorgtoeslag. Je eigen woning telt daarbij niet mee.
| Vermogensgrens zorgtoeslag, in euro | Alleenstaande | Partners samen |
|---|---|---|
| Grens 2026, zoals die nu in de Wet op de zorgtoeslag staat | 146.011 | 184.633 |
| Voorgestelde verlaging per 1 januari 2027 (wetsvoorstel) | 29.908 | 29.908 |
| Grens 2027 | nog niet vastgesteld | nog niet vastgesteld |
Het precieze bedrag voor 2027 staat nog niet vast, omdat de grens eerst met de inflatie wordt geïndexeerd en pas daarna wordt verlaagd. De VWS-begroting rekent met een effectieve verlaging van 30.686 euro. Trek de 29.908 euro dus niet zomaar van de grens van dit jaar af.
Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel raakt de verlaging ongeveer 50.000 huishoudens, zo’n 0,6 procent van alle huishoudens. Zij verliezen hun zorgtoeslag, hun kindgebonden budget of allebei. Wie de zorgtoeslag kwijtraakt, loopt gemiddeld ruim duizend euro per jaar mis. De schatkist houdt er 70 miljoen euro per jaar aan over binnen de zorgtoeslag en 43 miljoen binnen het kindgebonden budget.
Dat geld gaat naar andere toeslagmaatregelen, waaronder het afschaffen van het criterium voor samengestelde gezinnen. De redenering in de toelichting is dat deze huishoudens “over genoeg vermogen beschikken om de kosten voor zorg en kinderen zelf te kunnen dragen”.
Zakt je vermogen later weer onder de grens, dan herleeft je recht op zorgtoeslag. Per 2030 gaat de grens volgens hetzelfde voorstel weer 1.539 euro omhoog. En voor 2028 heeft het kabinet een apart wetsvoorstel aangekondigd om de grens gelijk te trekken met het heffingvrije vermogen uit box 3.
Raming of wetsvoorstel: twee soorten onzekerheid
Niet alles in dit artikel is even zeker, en het onderscheid doet ertoe.
De premie- en toeslagbedragen voor 2027 zijn ramingen. De begroting zegt daarover: “De definitieve standaardpremie voor 2027 wordt in november vastgesteld door de NZa op basis van de gemiddelde gerealiseerde premiestelling door zorgverzekeraars. Hierna wordt ook de definitieve hoogte van de zorgtoeslag voor 2027 bepaald.” Vallen de premies van de verzekeraars hoger of lager uit dan geraamd, dan schuift de zorgtoeslag mee. De bedragen in de eerste twee tabellen kunnen in november dus nog veranderen. Daarna publiceert de Belastingdienst de definitieve bedragen.
De verlaging van de vermogensgrens is iets anders. Dat is een wetsvoorstel dat het parlement nog moet afronden. In de geldende Wet op de zorgtoeslag staan voor 2027 op dit moment nog gewoon de grenzen van dit jaar. Zolang dat zo is, is de verlaging een voornemen met een prijskaartje, geen vaststaand feit.
Wat nog niet bekend is: de inkomensgrenzen
Tot welk inkomen je in 2027 recht hebt op zorgtoeslag, en hoe snel de toeslag afbouwt als je meer verdient, ligt nog niet vast. Die grenzen volgen uit de standaardpremie, en die wordt pas in november bepaald. Ga voor 2027 dus niet uit van de inkomensgrenzen van dit jaar.
Krijg je nu zorgtoeslag, dan past de Belastingdienst het bedrag automatisch aan. Wat je wel zelf in de gaten houdt: hoeveel er op 1 januari op je spaar- en beleggingsrekeningen staat. Daar zit voor 2027 de grootste verandering.
Krijg je nog geen zorgtoeslag en denk je er wel recht op te hebben, lees dan wat zorgtoeslag is en hoe je die aanvraagt.
